Bibliografie
Een 41-jarige follow-up van een subperiostaal implantaat in de onderkaak
- 11 april 2000
- Geplaatst door: anjaform
- Categorie: Complicaties
Schou, L. Pallesen, E. Hjørting-Hansen, C. S. Pedersen, B. Fibaek
Full text link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/11168208/
Een 41-jarige follow-up van een subperiostaal implantaat in de onderkaak
1. Wetenschappelijke referentie
- Titel van de studie: A 41-year history of a mandibular subperiosteal implant
- Auteurs: Schou, L. Pallesen, E. Hjørting-Hansen, C. S. Pedersen, B. Fibaek
- Wetenschappelijk tijdschrift: Niet vermeld in de verstrekte gegevens.
- Jaar van publicatie: Niet vermeld in de verstrekte gegevens.
- DOI: Niet vermeld in de verstrekte gegevens.
- PMID: 11168208
2. Wetenschappelijke achtergrond
Subperiostale implantaten behoren tot de vroege ontwikkelingen binnen de tandheelkundige implantologie. Volgens de auteurs werd dit implantaatconcept oorspronkelijk in de jaren veertig beschreven. De resultaten op lange termijn bleken echter ontoereikend, in tegenstelling tot de gunstige resultaten die voor endossale, osseogeïntegreerde orale implantaten waren gedocumenteerd.
Het bijzondere karakter van deze casus ligt vooral in de uitzonderlijk lange klinische voorgeschiedenis. Subperiostale implantaten die complicaties veroorzaakten, werden doorgaans relatief kort na plaatsing verwijderd. Hierdoor zijn de gevolgen van het gedurende meerdere decennia behouden van een dergelijk implantaat bij aanhoudende complicaties slechts zelden gedocumenteerd.
De beschreven patiënt kreeg in 1957 een subperiostaal implantaat in de onderkaak. Ondanks herhaalde lokale problemen bleef het implantaat tientallen jaren aanwezig. Deze casus biedt daarmee een bijzondere kijk op de langetermijngevolgen van persisterende implantaatgerelateerde complicaties en op de mogelijke consequenties voor een latere implantologische rehabilitatie.
3. Doel van de studie
Het doel van dit casusverslag was het documenteren van het volledige klinische verloop over 41 jaar van een subperiostaal implantaat in de onderkaak.
De auteurs richtten zich in het bijzonder op de gevolgen van het langdurig behouden van het implantaat ondanks terugkerende complicaties gedurende meerdere decennia. Daarnaast beschreven zij de uiteindelijke toestand van de onderkaak en de gevolgen daarvan voor een mogelijke latere behandeling met osseogeïntegreerde implantaten.
4. Methodologie
Deze publicatie betreft een klinisch casusverslag met een uitzonderlijk lange observatieperiode van een subperiostaal implantaat dat in 1957 in de onderkaak werd geplaatst. De gedocumenteerde klinische voorgeschiedenis beslaat in totaal 41 jaar.
Tijdens het verloop werden blootstelling van het implantaat, ontsteking, infectie en fistelvorming beschreven. In 1973 weigerde de patiënt volledige verwijdering van het implantaat. Vervolgens vond gedurende 25 jaar geen controle plaats, waarna de patiënt in 1998 opnieuw werd onderzocht.
In de beschikbare samenvatting wordt geen gestandaardiseerd klinisch of radiologisch onderzoeksprotocol beschreven. Ook worden geen kwantitatieve metingen van de mandibulaire botresorptie vermeld. Gezien het karakter van een individuele casus is er geen controlegroep of directe vergelijking met een andere behandeltechniek.
5. Belangrijkste resultaten
Het klinische verloop werd gekenmerkt door persisterende complicaties rond het subperiostale implantaat. Er traden blootstelling van het implantaat, ontstekings- en infectieverschijnselen en fistelvorming op.
Nadat de patiënt in 1973 volledige verwijdering van het implantaat had geweigerd, volgde een periode van 25 jaar zonder klinische controle. Bij de herbeoordeling in 1998 werd een zeer uitgebreide resorptie van de onderkaak vastgesteld. Deze situatie leidde uiteindelijk tot volledige verwijdering van het subperiostale implantaat.
De botafbraak had bovendien belangrijke consequenties voor verdere implantologische rehabilitatie. Volgens de auteurs was plaatsing van osseogeïntegreerde orale implantaten niet meer mogelijk zonder voorafgaande uitgebreide autologe bottransplantatie.
De casus documenteert daarmee een ernstig ongunstig langetermijnverloop waarbij persisterende lokale complicaties en aanzienlijk verlies van mandibulair bot de mogelijkheden voor een latere implantaatbehandeling sterk beperkten.
6. Klinische analyse
De klinische waarde van deze publicatie ligt vooral in de uitzonderlijke duur van de gedocumenteerde voorgeschiedenis en niet in de mogelijkheid om de effectiviteit van een implantaattechniek te beoordelen. De casus laat zien welke gevolgen werden waargenomen nadat een subperiostaal implantaat ondanks terugkerende complicaties gedurende meerdere decennia in situ was gebleven.
Blootstelling van het implantaat, ontsteking, infectie en fistelvorming vormen belangrijke onderdelen van het beschreven ziekteverloop. De uitgebreide mandibulaire resorptie die na een periode van 25 jaar zonder controle werd vastgesteld, ondersteunt met name het belang dat de auteurs toekennen aan regelmatige follow-up van patiënten die nog dergelijke historische implantaatsystemen dragen.
Ook vanuit reconstructief oogpunt is de casus relevant. Op het moment van definitieve implantaatverwijdering was de hoeveelheid beschikbaar mandibulair bot onvoldoende om rechtstreeks osseogeïntegreerde implantaten te kunnen plaatsen. Volgens de auteurs zou eerst een uitgebreide autologe bottransplantatie noodzakelijk zijn geweest.
De resultaten moeten echter worden geïnterpreteerd binnen de beperkingen van het onderzoeksdesign. Op basis van één patiënt kan niet worden vastgesteld hoe vaak dergelijke complicaties voorkomen of hoe groot het risico op ernstige mandibulaire botresorptie is. De casus documenteert vooral een bijzonder ernstig individueel langetermijnverloop.
7. Klinische toepassingen
Deze publicatie is met name relevant voor de follow-up van patiënten die nog oudere subperiostale implantaten dragen, vooral wanneer klinische verschijnselen aanwezig zijn zoals implantaatblootstelling, ontsteking, infectie of persisterende fistelvorming.
Daarnaast benadrukt de casus het belang van een zorgvuldige beoordeling van het resterende botvolume wanneer late verwijdering van een dergelijk implantaat wordt overwogen. Bij de beschreven patiënt had de uitgebreide mandibulaire resorptie directe gevolgen voor de mogelijkheden van een latere implantologische rehabilitatie.
De auteurs benadrukken dat patiënten met subperiostale implantaten regelmatig moeten worden gecontroleerd en stellen dat het implantaat bij aanhoudende complicaties dient te worden verwijderd. Deze conclusie moet worden beschouwd in de context van een individueel casusverslag over een historische implantaattechniek.
8. Bewijsniveau, beperkingen en transparantie
Deze publicatie betreft een casusverslag en heeft daardoor een beperkt bewijsniveau voor algemene uitspraken over de veiligheid, prognose of klinische resultaten van subperiostale implantaten. De wetenschappelijke waarde ligt voornamelijk in de uitzonderlijk lange gedocumenteerde voorgeschiedenis en in de beschrijving van ernstige lokale veranderingen over meerdere decennia.
De analyse van één patiënt maakt statistische evaluatie onmogelijk en laat geen schatting toe van de frequentie van de beschreven complicaties. Bovendien beperkt de periode van 25 jaar zonder klinische controle de mogelijkheid om het tijdstip en de snelheid van de mandibulaire botresorptie nauwkeurig te reconstrueren.
De beschikbare samenvatting bevat geen kwantitatieve metingen van het botverlies en beschrijft geen gestandaardiseerde beoordelingscriteria. In de verstrekte informatie worden geen belangenconflicten of relaties van de auteurs met implantaatfabrikanten vermeld.
9. Kernpunten van de studie
- Type studie: Klinisch casusverslag.
- Bewijsniveau: Laag, vanwege het beschrijvende onderzoeksdesign op basis van één patiënt.
- Populatie of aantal geanalyseerde studies: Eén klinische casus.
- Aantal patiënten of implantaten: Eén patiënt; één beschreven subperiostaal implantaat in de onderkaak.
- Duur van de follow-up: Een gedocumenteerde klinische voorgeschiedenis van 41 jaar.
- Belangrijkste onderzochte aspect: Langetermijnverloop van een subperiostaal implantaat in de onderkaak dat ondanks persisterende complicaties behouden bleef.
- Belangrijkste resultaat: Implantaatblootstelling, ontsteking, infectie en fistelvorming, gevolgd door uitgebreide mandibulaire resorptie die werd vastgesteld na een langdurige periode zonder klinische controle.
- Wetenschappelijke conclusie: De auteurs benadrukken het belang van regelmatige controle van patiënten met subperiostale implantaten en adviseren verwijdering wanneer aanhoudende complicaties optreden.
- Belangrijkste beperkingen: Eén patiënt, geen controlegroep, een periode van 25 jaar zonder follow-up en beperkte methodologische informatie in de beschikbare samenvatting.
10. Wetenschappelijke betekenis
De wetenschappelijke betekenis van deze publicatie is voornamelijk historisch, klinisch en documentair. Het verslag beschrijft een uitzonderlijk langdurig verloop van een implantaatvorm die tegenwoordig nog maar zelden wordt gezien en geeft inzicht in de gevolgen die werden waargenomen bij het langdurig behouden van een subperiostaal implantaat met persisterende lokale complicaties.
Voor de tandheelkundige implantologie en orale chirurgie is vooral de uiteindelijk vastgestelde uitgebreide mandibulaire botresorptie relevant. Het botverlies beperkte de mogelijkheden voor verdere behandeling aanzienlijk, omdat volgens de auteurs een uitgebreide autologe bottransplantatie noodzakelijk zou zijn geweest voordat osseogeïntegreerde implantaten konden worden geplaatst.
Uit dit casusverslag kunnen geen algemene complicatiepercentages of kwantitatieve vergelijkingen tussen implantaattechnieken worden afgeleid. De wetenschappelijke bijdrage ligt vooral in de documentatie van een zeldzaam langetermijnverloop en in het benadrukken van het belang van langdurige controle en adequate beoordeling van persisterende biologische complicaties.
11. Redactionele conclusie
Dit over 41 jaar gedocumenteerde casusverslag biedt een zeldzaam inzicht in het langetermijnverloop van een subperiostaal implantaat in de onderkaak met terugkerende lokale complicaties. De uiteindelijk vastgestelde uitgebreide mandibulaire resorptie had bovendien belangrijke gevolgen voor de mogelijkheden van een latere implantologische rehabilitatie. Hoewel het bewijsniveau vanwege het individuele casuskarakter beperkt blijft, heeft de publicatie duidelijke historische en klinische waarde voor de follow-up en beoordeling van complicaties bij oudere implantaatsystemen.
