Bibliografie
Klinische prestaties van additief vervaardigde subperiostale implantaten: een systematische review
- 5 februari 2024
- Geplaatst door: anjaform
- Categorie: Literatuuroverzicht
Eduardo Anitua, Asier Eguia, Christoph Staudigl, Mohammad Hamdan Alkhraisat
Full text link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38315326/
Klinische prestaties van additief vervaardigde subperiostale implantaten: een systematische review
1. Wetenschappelijke referentie
- Titel van de studie: Klinische prestaties van additief vervaardigde subperiostale implantaten: een systematische review
- Nederlandse titel: Klinische prestaties van additief vervaardigde subperiostale implantaten: een systematische review
- Auteurs: Eduardo Anitua, Asier Eguia, Christoph Staudigl, Mohammad Hamdan Alkhraisat
- Wetenschappelijk tijdschrift: International Journal of Implant Dentistry
- Jaar van publicatie: 2024
- DOI: 10.1186/s40729-024-00521-6
2. Wetenschappelijke achtergrond
De behandeling van ernstige botatrofie in de boven- of onderkaak blijft een van de grootste uitdagingen binnen de moderne implantologie. Wanneer het beschikbare botvolume onvoldoende is voor conventionele endossale implantaten, moeten behandelaars vaak terugvallen op complexe reconstructieve technieken of alternatieve implantologische oplossingen.
Subperiostale implantaten werden al toegepast voordat osseointegratie de standaard werd binnen de orale implantologie. Door beperkingen in ontwerp, fabricagemethoden en klinische resultaten verdwenen deze implantaten echter grotendeels uit de dagelijkse praktijk. De recente ontwikkeling van digitale workflows, CAD/CAM-technologieën, driedimensionale beeldvorming en additieve productietechnieken heeft geleid tot een hernieuwde belangstelling voor patiëntspecifieke subperiostale implantaten.
Dankzij deze technologische vooruitgang kunnen implantaten tegenwoordig individueel worden ontworpen op basis van de anatomie van de patiënt. Hierdoor ontstaat een mogelijke behandelingsoptie voor patiënten met ernstige kaakatrofie of complexe maxillofaciale defecten waarvoor conventionele implantologische oplossingen beperkt toepasbaar zijn.
3. Doel van de studie
Het doel van deze systematische review was het beoordelen van de overlevingskans van moderne subperiostale implantaten die digitaal worden ontworpen en via additieve fabricagetechnieken worden geproduceerd.
Daarnaast wilden de auteurs inzicht verkrijgen in de frequentie en aard van de complicaties die met deze implantaten worden geassocieerd bij patiënten met ernstige botatrofie die een implantaatgedragen orale rehabilitatie nodig hebben.
4. Methodologie
De review werd uitgevoerd volgens de PRISMA-richtlijnen en vooraf geregistreerd in de PROSPERO-database onder registratienummer CRD42023424211. De literatuurzoektocht werd verricht in Medline/PubMed, Scopus en de Cochrane Library en werd aangevuld met handmatige zoekopdrachten, referentiecontroles en onderzoek van grijze literatuur.
In totaal werden 13 studies geselecteerd voor de kwalitatieve analyse. Deze bestonden uit vijf cohortstudies en acht casusreeksen. Gezamenlijk omvatten de studies 227 patiënten die werden behandeld met 227 additief vervaardigde subperiostale implantaten.
De primaire uitkomstmaten waren implantaatoverleving en het optreden van biologische en technische complicaties. Vanwege de aanzienlijke methodologische verschillen tussen de geïncludeerde studies konden de gegevens niet worden samengevoegd in een meta-analyse.
5. Belangrijkste resultaten
De geïncludeerde studies omvatten 227 patiënten met een gewogen gemiddelde leeftijd van 62,4 jaar. De gewogen gemiddelde follow-upduur bedroeg 21,4 maanden.
Aan het einde van de gerapporteerde observatieperioden functioneerde 97,8% van de implantaten nog steeds. In totaal werden vijf implantaatverliezen gerapporteerd. Deze resultaten wijzen op een hoge kortetermijnoverleving van de onderzochte implantaten.
Complicaties van de zachte weefsels vormden de meest voorkomende ongewenste gebeurtenissen. Bij 58 implantaten werd een gedeeltelijke blootstelling van het implantaatframe vastgesteld, wat overeenkomt met 25,6% van de gevallen. Daarnaast werden aanhoudende infecties van de zachte weefsels of persisterende infectieuze complicaties gemeld bij 12 patiënten (5,3%).
Bij patiënten die een tijdelijke prothetische voorziening kregen, werden fracturen van de voorlopige restauratie beschreven in 8 van de 155 gevallen (5,2%). Ook postoperatieve klachten zoals pijn, zwelling, ongemak en bloeding werden gerapporteerd.
6. Klinische analyse
Deze systematische review biedt een actueel overzicht van de beschikbare klinische gegevens over digitaal ontworpen en additief vervaardigde subperiostale implantaten. De resultaten suggereren dat deze patiëntspecifieke implantaten een mogelijke oplossing kunnen bieden voor patiënten met ernstige alveolaire botatrofie of complexe reconstructieve behoeften.
Een opvallende bevinding is de hoge implantaatoverleving op korte termijn. Dit kan erop wijzen dat moderne digitale ontwerp- en productietechnieken bepaalde tekortkomingen van historische subperiostale implantaten hebben verminderd. De nauwkeurige anatomische aanpassing en de fixatie met osteosyntheseschroeven kunnen bijdragen aan een verbeterde primaire stabiliteit en een voorspelbaarder klinisch verloop.
Tegelijkertijd laat de review zien dat complicaties van de zachte weefsels een belangrijk aandachtspunt blijven. De relatief hoge frequentie van gedeeltelijke blootstelling van het implantaatframe wijst erop dat de interactie tussen implantaat en peri-implantaire weefsels nog steeds een kritische factor is voor het succes van de behandeling.
Daarnaast moet worden benadrukt dat alle beschikbare gegevens afkomstig zijn uit observationele studies. Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, vormen zij geen definitief bewijs voor de superioriteit van deze techniek ten opzichte van andere behandelingsopties binnen de geavanceerde implantologische rehabilitatie.
7. Klinische toepassingen
Op basis van de beschikbare gegevens kunnen additief vervaardigde subperiostale implantaten relevant zijn in de volgende klinische situaties:
- Ernstige atrofie van de boven- of onderkaak.
- Complexe implantaatgedragen rehabilitaties.
- Volledige edentatie met beperkte botbeschikbaarheid.
- Maxillofaciale reconstructie na oncologische resecties.
- Patiënten voor wie uitgebreide botaugmentatieprocedures minder geschikt zijn.
- Digitale behandeltrajecten gebaseerd op CAD/CAM-technologie en patiëntspecifieke implantaatplanning.
De indicatiestelling dient steeds zorgvuldig te gebeuren, rekening houdend met de huidige beperkingen van de wetenschappelijke evidentie.
8. Bewijskracht, beperkingen en transparantie
Hoewel deze publicatie een systematische review betreft, waren alle geïncludeerde onderzoeken observationele studies, waaronder cohortstudies en casusreeksen. Tijdens de literatuurzoektocht werden geen gerandomiseerde gecontroleerde studies gevonden.
Met behulp van het GRADE-systeem beoordeelden de auteurs de totale kwaliteit van het bewijs als zeer laag. Deze beoordeling werd beïnvloed door methodologische heterogeniteit, verschillen in implantaatontwerpen, variatie in behandelprotocollen en het ontbreken van betrouwbare gegevens op middellange en lange termijn.
Door de aanzienlijke verschillen tussen de studies was het bovendien niet mogelijk een statistische meta-analyse uit te voeren. De conclusies zijn daarom gebaseerd op een kwalitatieve synthese van de beschikbare gegevens.
In de beschikbare fragmenten wordt geen informatie vermeld over mogelijke belangenconflicten van de auteurs. Dit aspect kan daarom niet worden bevestigd.
9. Belangrijkste punten van de studie
- Type studie: Systematische review
- Niveau van bewijs: Zeer laag volgens de GRADE-beoordeling
- Aantal geïncludeerde studies: 13
- Aantal patiënten/implantaten: 227 patiënten en 227 implantaten
- Gemiddelde follow-up: 21,4 maanden (gewogen gemiddelde)
- Primaire uitkomstmaat: Implantaatoverleving en complicaties
- Belangrijkste resultaat: 97,8% van de implantaten bleef functioneel gedurende de follow-up
- Meest voorkomende complicatie: Gedeeltelijke blootstelling van het implantaatframe (25,6%)
- Wetenschappelijke conclusie: Hoge kortetermijnoverleving gecombineerd met een relevante incidentie van complicaties van de zachte weefsels
- Belangrijkste beperkingen: Observationeel bewijs, methodologische heterogeniteit en gebrek aan langetermijngegevens
10. Wetenschappelijke impact
Deze systematische review levert een belangrijke bijdrage aan de wetenschappelijke literatuur over patiëntspecifieke subperiostale implantaten die via additieve productietechnieken worden vervaardigd. Door de beschikbare klinische gegevens samen te brengen, biedt de studie een waardevol overzicht van een technologie die opnieuw aandacht krijgt binnen de digitale implantologie.
De resultaten ondersteunen de hypothese dat moderne digitale workflows en geavanceerde fabricagemethoden het klinische potentieel van subperiostale implantaten hebben verbeterd. Tegelijkertijd maakt de review duidelijk dat de huidige wetenschappelijke basis nog beperkt is en dat belangrijke vragen over de voorspelbaarheid op lange termijn onbeantwoord blijven.
Daarnaast onderstreept het onderzoek de noodzaak van prospectieve studies met langere follow-upperioden en gestandaardiseerde evaluatiecriteria. Dergelijke studies zijn essentieel om de werkelijke plaats van deze implantaten binnen de moderne orale rehabilitatie beter te definiëren.
11. Redactionele conclusie
Deze systematische review laat zien dat additief vervaardigde subperiostale implantaten op korte termijn hoge overlevingspercentages kunnen bereiken bij patiënten met ernstige botatrofie of complexe reconstructieve behoeften. Tegelijkertijd blijven complicaties van de zachte weefsels relatief frequent voorkomen.
Voor implantologen, kaakchirurgen en andere professionals die betrokken zijn bij geavanceerde implantaatrehabilitatie bieden deze resultaten waardevolle inzichten in een innovatieve behandelingsoptie. De huidige bewijskracht blijft echter beperkt, waardoor verdere hoogwaardige klinische studies noodzakelijk zijn om de langetermijnprestaties en klinische voorspelbaarheid van deze implantaten beter te kunnen beoordelen.
