Bibliografie
Klinische prestaties van subperiostale implantaten bij de volledige implantaatgedragen rehabilitatie van ernstig geresorbeerde tandeloze kaakbogen: een systematische literatuurstudie en meta-analyse
- 28 mei 2025
- Geplaatst door: anjaform
- Categorie: Literatuuroverzicht
Luis Sánchez-Labrador, Santiago Bazal-Bonelli, Fabián Pérez-González, Tomás Beca-Campoy, Carlos Manuel Cobo-Vázquez, Jorge Cortés-Bretón Brinkmann, José María Martínez-González
Full text link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40559143/
Klinische prestaties van subperiostale implantaten bij de volledige implantaatgedragen rehabilitatie van ernstig geresorbeerde tandeloze kaakbogen: een systematische literatuurstudie en meta-analyse
1. Wetenschappelijke referentie
- Oorspronkelijke titel: Clinical Performance of Subperiosteal Implants in the Full-Arch Rehabilitation of Severely Resorbed Edentulous Jaws: A Systematic Review and Metanalysis
- Auteurs: Luis Sánchez-Labrador, Santiago Bazal-Bonelli, Fabián Pérez-González, Tomás Beca-Campoy, Carlos Manuel Cobo-Vázquez, Jorge Cortés-Bretón Brinkmann en José María Martínez-González.
- Tijdschrift: Dentistry Journal (Dent. J.)
- Publicatiejaar: 2025
- DOI: 10.3390/dj13060240
2. Wetenschappelijke achtergrond
De implantaatgedragen rehabilitatie van volledig tandeloze patiënten met ernstige kaakatrofie blijft een van de grootste uitdagingen binnen de hedendaagse orale implantologie. Wanneer het resterende botvolume onvoldoende is voor de plaatsing van conventionele endossale implantaten, zijn uitgebreide botopbouwprocedures, zoals autologe bottransplantaties, geleide botregeneratie of sinusliftprocedures, vaak noodzakelijk. Hoewel deze technieken hun klinische waarde hebben bewezen, gaan zij gepaard met een hogere chirurgische belasting, een langere behandelingsduur en een verhoogde postoperatieve morbiditeit.
Tegen deze achtergrond is de belangstelling voor subperiostale implantaten de afgelopen jaren opnieuw toegenomen. Nadat deze implantaten jarenlang grotendeels in onbruik waren geraakt vanwege technische beperkingen en relatief hoge complicatiepercentages, hebben de recente ontwikkelingen op het gebied van digitale technologie hun klinische toepassingsmogelijkheden aanzienlijk veranderd. Cone Beam Computed Tomography (CBCT), virtuele chirurgische planning, CAD/CAM-technologie en additieve productietechnieken maken het tegenwoordig mogelijk om patiëntspecifieke implantaten te vervaardigen die veel nauwkeuriger aansluiten op de individuele anatomie van de kaak.
Deze systematische literatuurstudie onderzoekt daarom kritisch of deze technologische vooruitgang daadwerkelijk heeft geleid tot betere klinische resultaten van subperiostale implantaten bij de volledige implantaatgedragen rehabilitatie van patiënten met ernstige botatrofie.
3. Doel van de studie
Het doel van deze systematische literatuurstudie met meta-analyse was het beoordelen van de klinische prestaties van subperiostale implantaten die worden toegepast voor de volledige implantaatgedragen rehabilitatie van volledig tandeloze patiënten met ernstige atrofie van de boven- en/of onderkaak. De auteurs richtten zich daarbij op twee klinisch relevante uitkomstmaten: de overlevingskans van de implantaten en het optreden van behandelingsgerelateerde complicaties.
Daarnaast had de studie tot doel de resultaten van moderne, digitaal ontworpen patiëntspecifieke subperiostale implantaten, die tijdens één chirurgische ingreep worden geplaatst, te vergelijken met die van de historische implantaatsystemen die volgens een conventionele tweefasenprocedure werden vervaardigd en geïmplanteerd. Op deze manier wilden de auteurs nagaan in hoeverre de introductie van digitale technologieën de klinische voorspelbaarheid van deze behandelingsmethode heeft verbeterd.
4. Methodologie
Deze studie werd uitgevoerd als een systematische literatuurstudie met meta-analyse volgens de PRISMA-richtlijnen en werd vooraf geregistreerd in de internationale databank PROSPERO onder registratienummer CRD42022372736. Hierdoor werd de transparantie en reproduceerbaarheid van de onderzoeksmethode gewaarborgd.
De literatuurzoekactie werd uitgevoerd in de databanken MEDLINE/PubMed, Scopus, Web of Science en de Cochrane Library. Daarnaast verrichtten de onderzoekers een handmatige zoektocht in relevante wetenschappelijke tijdschriften en de referentielijsten van geselecteerde publicaties. Alle studies die tot 28 februari 2025 waren gepubliceerd, kwamen in aanmerking voor beoordeling.
Uitsluitend klinische onderzoeken bij mensen met minimaal vier patiënten werden geïncludeerd, waarbij subperiostale implantaten waren toegepast voor de volledige rehabilitatie van tandeloze kaakbogen. Toelaatbare onderzoeksopzetten waren gerandomiseerde klinische onderzoeken, cohortstudies, patiënt-controleonderzoeken, dwarsdoorsnedestudies en patiëntseries. Casusbeschrijvingen, dierexperimenteel onderzoek en in-vitrostudies werden uitgesloten.
In totaal voldeden 14 klinische studies aan de inclusiecriteria. Deze omvatten 958 patiënten waarin in totaal 973 subperiostale implantaten werden geëvalueerd. Vijf studies onderzochten moderne eenfasige behandelprotocollen, terwijl negen studies betrekking hadden op de traditionele tweefasenprocedures. De primaire uitkomstmaten waren de implantaatoverleving en het optreden van klinische complicaties. De methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studies werd beoordeeld met behulp van de Newcastle–Ottawa Scale en de Joanna Briggs Institute Critical Appraisal Tool.
5. Belangrijkste resultaten
De systematische literatuurstudie bundelde de gegevens van 973 subperiostale implantaten die waren geplaatst bij 958 volledig tandeloze patiënten met ernstige atrofie van de boven- en/of onderkaak en die een volledige implantaatgedragen rehabilitatie hadden ondergaan.
De onderzoeken naar moderne, digitaal ontworpen patiëntspecifieke implantaten die tijdens één enkele chirurgische ingreep werden geplaatst, rapporteerden een implantaatoverleving van 100% gedurende een follow-upperiode van 4 tot 38 maanden. Daarentegen lieten de historische subperiostale implantaten, die volgens een tweefasenprotocol werden vervaardigd en geplaatst, een totale implantaatoverleving van 85% zien, met aanzienlijk langere follow-upperioden van 3 tot 22 jaar. De meta-analyse toonde aan dat dit verschil statistisch significant was.
Ook wat betreft de complicaties werden duidelijke verschillen vastgesteld. Bij de moderne eenfasige behandelprotocollen werden slechts enkele gevallen van implantaatblootstelling en één geval van gingivale ontsteking gerapporteerd. De historische tweefasenprocedures gingen daarentegen gepaard met een bredere waaier aan complicaties, waaronder implantaatblootstelling, paresthesieën, gingivitis, peri-implantitis, sekwestratie van botschroeven, epuliden en fracturen van de definitieve prothetische constructies.
De auteurs benadrukken echter dat deze resultaten met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. De geïncludeerde studies verschillen aanzienlijk wat betreft onderzoeksopzet, patiëntkenmerken en vooral de duur van de follow-up, waardoor een directe vergelijking tussen beide generaties subperiostale implantaten slechts beperkt mogelijk is.
6. Klinische analyse
Deze systematische literatuurstudie laat zien dat subperiostale implantaten opnieuw kunnen worden beschouwd als een behandeloptie voor patiënten met ernstige kaakatrofie bij wie de plaatsing van conventionele endossale implantaten zonder uitgebreide botaugmentatie niet mogelijk is. De beschikbare resultaten ondersteunen echter niet de conclusie dat deze techniek de huidige standaardbehandelingen binnen de implantologie moet vervangen. Wel lijkt zij een waardevolle aanvullende oplossing te kunnen bieden voor zorgvuldig geselecteerde complexe klinische situaties.
Een van de belangrijkste bevindingen van deze studie is de invloed van de digitale technologische ontwikkeling op de prestaties van subperiostale implantaten. De gunstige resultaten van de moderne generatie implantaten hangen nauw samen met het gebruik van Cone Beam Computed Tomography (CBCT), virtuele chirurgische planning, CAD/CAM-technologie en additieve productiemethoden. Dankzij deze digitale workflow kunnen patiëntspecifieke titaniumimplantaten worden vervaardigd die veel nauwkeuriger aansluiten op de anatomie van de individuele patiënt. Volgens de auteurs kan deze verbeterde pasvorm bijdragen aan een vermindering van complicaties die vroeger regelmatig werden waargenomen bij conventionele subperiostale implantaten.
Tegelijkertijd wijzen de auteurs erop dat de huidige gegevens met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. De uitstekende overlevingspercentages van de moderne implantaten zijn voornamelijk gebaseerd op studies met relatief kleine patiëntenaantallen en een beperkte follow-upduur. De historische studies daarentegen omvatten observatieperioden tot wel 22 jaar. Langere follow-up vergroot vanzelfsprekend de kans op het registreren van implantaatverlies en biologische complicaties, waardoor een directe vergelijking tussen beide implantaatgeneraties methodologisch beperkt blijft.
Daarnaast vormt de kwaliteit van de beschikbare wetenschappelijke evidentie een belangrijk aandachtspunt. Het merendeel van de geïncludeerde onderzoeken bestaat uit observationele studies en patiëntseries, terwijl gerandomiseerde gecontroleerde klinische onderzoeken momenteel ontbreken. Hierdoor kunnen de gepresenteerde resultaten weliswaar als veelbelovend worden beschouwd, maar bieden zij nog onvoldoende onderbouwing voor algemene klinische aanbevelingen.
Samenvattend suggereert deze systematische review dat patiëntspecifieke subperiostale implantaten een waardevolle behandeloptie kunnen zijn voor patiënten met extreme botatrofie, mits de indicatiestelling zorgvuldig gebeurt, de digitale behandelplanning nauwkeurig wordt uitgevoerd en een langdurige klinische follow-up wordt gewaarborgd.
7. Klinische toepassingen
De resultaten van deze systematische review wijzen erop dat patiëntspecifieke subperiostale implantaten een therapeutisch alternatief kunnen vormen voor volledig tandeloze patiënten met ernstige atrofie van de boven- of onderkaak, vooral wanneer conventionele endossale implantaten alleen mogelijk zijn na uitgebreide botopbouw of wanneer dergelijke reconstructieve ingrepen niet haalbaar zijn.
Daarnaast benadrukt de studie de meerwaarde van moderne digitale behandelprotocollen. Door de combinatie van driedimensionale beeldvorming, virtuele chirurgische planning en CAD/CAM-gestuurde productie kunnen implantaten worden vervaardigd die volledig zijn afgestemd op de anatomie van de individuele patiënt en tijdens één chirurgische ingreep kunnen worden geplaatst. Op basis van de huidige gegevens lijkt deze aanpak gepaard te gaan met minder complicaties dan de historische tweefasenprocedures.
De auteurs vermelden bovendien dat subperiostale implantaten mogelijk ook een rol kunnen spelen bij de reconstructie van uitgebreide kaakdefecten na oncologische resecties of ernstige traumata. Deze toepassing wordt in de publicatie echter uitsluitend als mogelijke klinische indicatie genoemd en maakt geen deel uit van de uitgevoerde meta-analyse. Op basis van de huidige evidentie dient deze techniek daarom te worden beschouwd als een gespecialiseerde behandeloptie voor zorgvuldig geselecteerde patiënten, in afwachting van aanvullend hoogwaardig prospectief onderzoek.
8. Evidentieniveau, beperkingen en transparantie
Deze publicatie betreft een systematische literatuurstudie met meta-analyse, een onderzoeksopzet die binnen de evidence-based tandheelkunde tot de hoogste niveaus van wetenschappelijk bewijs behoort. De betrouwbaarheid van de conclusies wordt echter in belangrijke mate bepaald door de methodologische kwaliteit van de geïncludeerde primaire onderzoeken.
De auteurs beschrijven verschillende belangrijke beperkingen. Er bestaat aanzienlijke heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies wat betreft onderzoeksopzet, patiëntpopulatie, gebruikte implantaatsystemen, chirurgische technieken en duur van de follow-up. Vooral de onderzoeken naar moderne digitaal vervaardigde implantaten omvatten relatief kleine patiëntengroepen en korte observatieperioden, terwijl de historische studies aanzienlijk langere follow-upgegevens rapporteren. Deze verschillen bemoeilijken een directe vergelijking tussen beide behandelstrategieën.
De methodologische kwaliteitsbeoordeling met behulp van de Newcastle–Ottawa Scale en de Joanna Briggs Institute Critical Appraisal Tool liet zien dat een groot deel van de beschikbare evidentie afkomstig is uit observationeel onderzoek met een wisselende methodologische kwaliteit. Om die reden dienen de resultaten met passende wetenschappelijke terughoudendheid te worden geïnterpreteerd.
Wat de transparantie betreft verklaren de auteurs dat de studie geen externe financiering heeft ontvangen en dat er geen belangenconflicten bestaan. Tot slot benadrukken zij de noodzaak van goed opgezette gerandomiseerde klinische onderzoeken met grotere patiëntengroepen en langere follow-upperioden om de veiligheid en langetermijneffectiviteit van moderne patiëntspecifieke subperiostale implantaten definitief vast te stellen.
9. Belangrijkste punten van de studie
- Studietype: Systematische literatuurstudie met meta-analyse.
- Evidentieniveau: Hoog op basis van de onderzoeksopzet, maar beïnvloed door de methodologische kwaliteit en de heterogeniteit van de geïncludeerde studies.
- Aantal geïncludeerde studies: 14 klinische onderzoeken.
- Onderzochte populatie: 958 volledig tandeloze patiënten met ernstige atrofie van de boven- en/of onderkaak.
- Totaal aantal geëvalueerde implantaten: 973 subperiostale implantaten.
- Follow-upduur:
- Eenfasige behandelprotocollen: 4 tot 38 maanden.
- Tweefasenprotocollen: 3 tot 22 jaar.
- Primaire uitkomstmaten:
- Implantaatoverleving.
- Het optreden van behandelingsgerelateerde complicaties.
- Belangrijkste bevinding:
Patiëntspecifieke subperiostale implantaten die met behulp van digitale technologieën werden ontworpen en tijdens één chirurgische ingreep werden geplaatst, bereikten gedurende de beschikbare follow-up een gerapporteerde implantaatoverleving van 100%. Historische subperiostale implantaten die volgens een tweefasenprotocol werden geplaatst, vertoonden daarentegen een totale overlevingskans van 85%. Dit verschil was volgens de meta-analyse statistisch significant. - Gerapporteerde complicaties:
Bij de moderne behandelprotocollen werden voornamelijk enkele gevallen van implantaatblootstelling en één geval van gingivale ontsteking gemeld. De historische tweefasenprocedures gingen gepaard met een grotere variatie aan complicaties, waaronder implantaatblootstelling, paresthesieën, gingivitis, peri-implantitis, sekwestratie van botschroeven, epuliden en fracturen van de definitieve prothetische restauraties. - Wetenschappelijke conclusie:
Patiëntspecifieke subperiostale implantaten lijken een veelbelovende behandelingsoptie te vormen voor de volledige implantaatgedragen rehabilitatie van ernstig geresorbeerde tandeloze kaakbogen. De auteurs benadrukken echter dat aanvullende gerandomiseerde klinische onderzoeken van hoge kwaliteit met langere follow-up noodzakelijk zijn voordat definitieve conclusies kunnen worden getrokken. - Belangrijkste beperkingen:
- Aanzienlijke heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies.
- Overwegend observationele onderzoeken en patiëntseries.
- Beperkt aantal studies over moderne digitale implantaatsystemen.
- Relatief korte follow-up van de hedendaagse eenfasige behandelprotocollen.
- Ontbreken van gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken waarin verschillende behandelstrategieën rechtstreeks worden vergeleken.
10. Wetenschappelijke impact
Deze publicatie behoort tot de eerste systematische literatuurstudies die specifiek gericht zijn op de klinische prestaties van subperiostale implantaten voor de volledige rehabilitatie van ernstig geresorbeerde tandeloze kaakbogen. De studie beperkt zich niet tot een historische samenvatting van de beschikbare literatuur, maar laat ook zien hoe digitale technologieën een implantaatconcept hebben vernieuwd dat gedurende lange tijd slechts beperkt werd toegepast.
Een belangrijk wetenschappelijk aspect van deze review is het duidelijke onderscheid tussen de klassieke tweefasenimplantaten en de huidige patiëntspecifieke implantaten die via digitale workflows worden ontworpen en vervaardigd. Hierdoor wordt inzicht verkregen in de mogelijke invloed van CBCT-beeldvorming, virtuele chirurgische planning, CAD/CAM-technologie en additieve productietechnieken op de klinische resultaten.
Daarnaast draagt de studie bij aan de discussie over behandelalternatieven voor patiënten met ernstige kaakatrofie, bij wie uitgebreide botaugmentatie vaak noodzakelijk of zelfs onmogelijk is. Hoewel de gepresenteerde resultaten veelbelovend zijn, trekken de auteurs geen overhaaste conclusies. Integendeel, zij benadrukken dat de huidige wetenschappelijke evidentie nog beperkt is en dat prospectieve langetermijnstudies en gerandomiseerde klinische onderzoeken noodzakelijk blijven.
Hiermee levert deze review een belangrijke bijdrage aan de verdere wetenschappelijke onderbouwing van patiëntspecifieke subperiostale implantaten en geeft zij tegelijkertijd richting aan toekomstig onderzoek binnen de digitale orale implantologie.
11. Redactionele conclusie
Deze systematische literatuurstudie met meta-analyse biedt een actuele, evenwichtige en wetenschappelijk onderbouwde beoordeling van patiëntspecifieke subperiostale implantaten voor de volledige implantaatgedragen rehabilitatie van ernstig geresorbeerde tandeloze kaakbogen. De beschikbare gegevens wijzen erop dat digitaal ontworpen implantaten die tijdens één chirurgische ingreep worden geplaatst, op korte termijn veelbelovende klinische resultaten kunnen opleveren, met een relatief laag aantal gerapporteerde complicaties. De heterogeniteit van de geïncludeerde onderzoeken en de nog beperkte follow-upduur van de moderne behandelprotocollen maken echter dat deze bevindingen met de nodige wetenschappelijke voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Prospectieve studies van hoge methodologische kwaliteit, met grotere patiëntengroepen en langdurige follow-up, zijn noodzakelijk om de plaats van patiëntspecifieke subperiostale implantaten binnen de hedendaagse orale implantologie definitief vast te stellen.
